WEEK 8: Beestjes in huis

Ik heb honderden beestjes in huis, rara. In 2012 heb ik mezelf een wormenbak gemaakt. Het was een beetje zoeken, ik had nog nooit een echte wormenbak gezien. Na veel opzoekwerk, hier en daar een kleine fout gemaakt, maar al bij al is het goed verlopen. Ondertussen gaat hij al een hele tijd mee en zou ik niet meer zonder kunnen.

Wat mij betreft is het één van de beste dingen die ik in huis heb gehaald, een uitstekende beslissing. Ik sta dus al lang te popelen om het met de wereld te delen. De do’s en de don’ts, maar vooral vier geweldige voordelen van een wormenbak:

1. Gemakkelijk en geen gesleur

“Nee, het stinkt helemaal niet”. Er zijn geen vieze geurtjes aan de wormenbak. De geur van compost natuurlijk wel. Een compostbakje zonder wormen daarentegen kan wel wat geurtjes teweeg brengen. Je kan hem dus perfect in de keuken hebben staan. Wat ik geweldig vind aan mijn wormenbak is dat het is als een compostbakje, binnen handbereik, maar eentje die je hoogstens jaarlijks moet leegmaken.

Mijn bak -of beter gezegd emmer- is vrij klein, zodat hij perfect onder de gootsteen past. Hij bestaat uit een aantal emmertjes van ca. 20 liter. Ooit haalde ik bij een aantal frituren sausemmertjes op die ik deftig uitgewassen heb, wat gaatjes erin gemaakt en de wormen-‘emmer’ was een feit. In de bovenste emmers (dat kan er één zijn, maar kunnen er ook meerdere zijn) maak je gaatjes onderaan, in de onderste emmer zitten geen gaatjes om zo het uitdruipend vocht op te vangen. Je kan wormen kopen, of je kan ze ook gewoon ergens uit een composthoop halen.


Mijn wormenbak in de keuken binnen handbereik.

2. Wormen aangepast aan jou

Op internet vind je vele nuttige lijstjes met voedingsmiddelen die je wel of juist niet in je wormenbak mag doen. Vooral citrus of ajuinen zijn niet bevorderlijk voor het leven in je wormenbak. Toch moet ik toegeven dat ook die dingen bij mij de wormenbak in gaan. Zowat alles eigenlijk, maar met maten. Gekookt afval eet ik op en doe ik er dus eigenlijk niet bij.

Wormen eten in principe alles dat organisch is en dat ze zonder tanden -want die hebben ze niet- kunnen opeten. Het leuke is dat ze na een tijdje helemaal aangepast zijn aan jou. Eet je graag en veel bananen, dan zul je na een tijdje vooral veel wormen hebben die graag bananenschil eten. Dat wil ook zegen dat het moeilijkste moment is om een wormenbak te starten, maar eens ze aangepast zijn loopt het prima.

Geraak ook niet te veel gehecht aan je wormen, want lang leven doen ze niet. Wel zorgen ze voor voldoende nakomelingen en de recyclage van andere dode wormen. Je hebt er dus geen werk aan.

Maak je ook geen zorgen dat ze uit de emmer of bak zullen kruipen omdat de deksel op de emmer nooit helemaal dicht is en ook tussen de bakken in is er ruimte wat zorgt voor voldoende zuurstof. Wanneer wormen over te droge oppervlakken kruipen, zullen ze namelijk al heel snel uitdrogen. Bovendien weten ook zij dat ze meer eten in de emmer zullen vinden dan erbuiten.


Mijn huisdieren: normaal in een emmer, maar speciaal voor de foto eens vastgepakt… Brrr, kriebelt.

3. Geen zorgen als je op vakantie gaat

Op vakantie gaan is ook absoluut geen probleem. Ook al ziet het voedsel er al heel erg verteerd uit, de wormen vinden heus wel voedsel zodat jij met een gerust hart een maand weg kan. Als er wat te weinig eten blijkt te zijn, zullen ze wat minder voortplanten en kan het zijn dat er wat minder activiteit in de wormenbak is. Niet meteen te veel eten geven is dan de boodschap.

De fout die ik eens gemaakt heb -en waarvoor ik je dus graag wil waarschuwen- is warm weer. Het gebeurt niet veel in België, maar als we een hittegolf hebben, dan kunnen de wormen daar absoluut niet tegen. Het is hoe dan ook vele graden warmer in de emmer dan erbuiten. Ook vriestemperaturen kunnen ze niet tegen. Zet we dus niet in de winter buiten. De regel is: als jij de temperatuur aangenaam vindt, dan zij ook. Tijdens de warme zomerdagen verhuist mijn emmer sindsdien een tijdje naar de frisse kelder.

Enkele goede tips voor als het wat minder goed met je wormenbak gaat of als je net terug bent van een lange vakantie (zoals wij nu aan het doen zijn, na een jaar in Bolivia) is eerst en vooral om hem goed in het oog te houden; grote stukken groen-afval klein snijden; opletten dat je niet té veel vers materiaal tegelijkertijd toevoegd; en af en toe wat water bij doen als hij wat te droog of papier of karton toevoegen als het te nat is). Als alles opnieuw aangepast is, zijn die zorgen niet meer nodig.


De wormenbak heeft net wat vers groen-afval gekregen.

4. Voedingsstoffen voor je planten

De opvangbak onderaan moet je wel regelmatig leeg maken, zodat het niet te nat wordt, want ja, wormen kunnen verdrinken. Wormenbakken die je aankoopt hebben daarom vaak een kraantje onderaan.

Het vocht dat je oogst is zeer voedingrijk, dus helemaal geschikt om aan je planten of moestuin te geven. Zorg wel dat je het aanlengt (verhouding 1/10), want het is een erg geconcentreerd goedje.


Ook de planten in huis worden er blij van.

Laat een reactie achter:

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.