WEEK 27: Consuminderen

Ben je thuis? Kijk dan eens om je heen wat je allemaal hebt. Wie heeft het gemaakt? Uit welke materialen is het vervaardigd? En waarom heb je het eigenlijk ooit gekocht of gekregen? In ons huis verzamelen we véél spullen, meer dan we denken. Dat die spullen gemaakt zijn en tot bij ons gekomen zijn, heeft natuurlijk een impact op onze planeet. En dat net zoals het feit dat ze daar nog altijd staan, zonder (veel) gebruikt te worden.

In juli houden wij hier grote opruim (nu de avondlessen achter de rug zijn is daar opnieuw tijd voor) en zetten we volop in om te consuminderen. We volgen daarbij onderstaande vier stappen. Let ook eens op wat er je huis allemaal binnenkomt deze maand!

NB: Deze week beginnen we aan de tweede helft van de “52 weken naar een kleinere ecologische voetafdruk”. Het is zeker nog niet te laat om mee te doen.

1. Weet wat je hebt…

Hoe meer spullen je gaat verzamelen, hoe minder goed je weet wat je eigenlijk allemaal hebt. Heb jij het ooit voor dat je iets dat je dubbel hebt, het bewaart voor als de andere stuk gaat? En op het moment dat de ene stuk gaat, ben je vergeten dat je al een reserve klaar hebt liggen? Enkele dagen nadat je een nieuwe hebt gekocht, kom je erachter dat je aankoop eigenlijk helemaal niet nodig was. Weet dus wat je hebt door niet te veel te bewaren en regelmatig eens door je spullen te gaan. Nog een voordeel: Hoe meer je beseft wat je allemaal wel niet hebt, hoe minder geneigd je zal zijn om nieuwe dingen aan te schaffen.

Denk eens na over wat je allemaal hebt bij je thuis en bekijk dan via volgende link enkele foto’s uit het boek “Material World: A Global Family Portrait”, een boek met familiefoto’s van overal ter wereld. Het zijn foto’s van de gezinsleden met al hun bezittingen. Bedenk dat hoe minder spullen je hebt, hoe minder werk het is om schoon te maken, hoe minder je moet onderhouden en hoe minder je moet onthouden waar alles nu toch weer ligt. Ga voor minder zorgen door te “ontspullen”. Ik las zopas het boek “The Joy of Less” ofwel “Gelukkig met minder” van Francine Jay. Geen nieuwe uitvindingen of grootse inzichten. Maar wel vele motiverende woorden en inspiratie om thuis aan de slag te gaan.


Als je weinig opbergruimte hebt, kan je niet ander dan creatief zijn en vooral niet te veel in huis halen.

2. Shoppen vs. dagje uit

Als je een dagje op uitstap gaat, maak daar dan geen dagje shoppen van. Voor je het weet kom je toch weer met iets thuis. En hoe nuttig het ook kan lijken, dacht je nu echt dat je het nodig had? Ga enkel winkelen, als je iets nodig hebt.

Als je toch iets gaat kopen, koop dan heel bewust en stel je volgende vragen:

  • Waarom heb ik dit nodig? Heb ik niet al iets waar ik hetzelfde mee kan doen?
  • En hoe vaak ga ik dit gebruiken? Kan ik het niet beter lenen of huren?
  • Uit welk grondstoffen is dit gemaakt en hoe lang zal dit meegaan?
  • Wie heeft en waar is dit gemaakt? Was dit op een verantwoorde manier?
  • Welk plekje ga ik dit ding toewijzen? En wat zal er uit mijn huis moeten verdwijnen om plaats te maken voor deze nieuwe aankoop?
  • En voor de huidige soldenperiode: Zou ik dit ook kopen als hier niet zo’n mooie korting op was?

Als je ondanks al deze vragen nog overtuigd bent van je aankoop. Neem het dan pas mee. Als je het niet dringend nodig hebt, laat het dan een weekje bezinken en beslis dan. Misschien is je interesse inmiddels al weer over.


Geen shoppen op de eerste soldendag, maar verkoeling zoeken aan het strand van de Lommelse Sahara.

3. Reduce, reuse, recycle

Je aankopen reduceren (reduce) is natuurlijk de beste optie. Is het te laat en heb je het toch gekocht dan zijn hergebruik (reuse) of recyclage (recyle) aan de beurt. In die volgorde!

Gegarandeerd dat jij nog iets bij je thuis hebt liggen dat niet -of niet helemaal- meer werkt. Bijvoorbeeld een gsm die is vervangen omdat er wat mis mee was, maar toch bewaard wordt voor in het geval dat je huidige toestel stuk gaat. Uit je huis ermee! De metalen die ooit ontgonnen zijn om je toestel te maken, kunnen beter gebruikt worden door een andere gebruiker die er wel wat mee doet. Eventueel is wat reparatie (leer zelf de kunst van het repareren, maar het kan natuurlijk ook bij een Repair Café) noodzakelijk. Je kan alles wat nog dienst doet op internet zetten en er nog een klein stukje van terugverdienen of je geeft het aan een tweedehandswinkel die in jouw plaats een nieuwe eigenaar zoeken. Geen zin om het weg te brengen? Zet het voor je deur met een bordje “gratis” en het krijgt vanzelf voetjes.

Is het echt niet meer bruikbaar, dan pas is het de beurt aan het recycleren. En informeer je goed hoe je de dingen best recycleerd, want ook dat maakt een verschil. Op het Repair café >in juni leerde ik van een vertegenwoordiger van Recupel dat een koelkast bij het oud ijzer absoluut géén goed idee is. Niet enkel het ijzer, maar ook de chemische stoffen moeten correct gerecycleerd worden.


In juni waren we nog te gast op dit Repair Café waar verschillende gsm’s succesvol hersteld werden.

3. Één-in-één-uit!

Als je iets nieuws koopt, leg jezelf dan deze eenvoudige regel op: Voor elk ding dat binnen komt, moet er iets vergelijkbaars buiten gaan. Wat is het een luxe om klein te wonen, want dan kan je niet anders! Zet naast je afvalbak, PMD-zak en papierdoos daarom ook een weggeefbox met alles dat naar een nieuwe eigenaar mag.

Een gelijkaardige goede methode is om jezelf limieten op te leggen. Heb je vijf kapstokken, zorg dan dat al je setjes kleren op die vijf kapstokken passen. Komt er wat bij, dan moet er wat gaan. Zo vermijd je dat er dingen ongebruikt bij je thuis blijven hangen, die elders nog dienst kunnen doen. Als de wasmand vol is, dan wordt die geleegd. Je neemt toch niet telkens een nieuwe wasmand als er één vol zit?


Als de wasmand vol is, dan wordt die geleegd. Je neemt toch niet telkens een extra wasmand?

2 Comments

Laat een reactie achter:

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.